Hoorzitting opheffingsnorm kleine scholen op 11 maart 2013 in Jirnsum

foto van de avond over onderwijswoensdag 13 maart 2013 23:38

De onderwijsraad heeft onlangs een rapport gepresenteerd waarin zij voorstelt de opheffingsnorm van basisscholen te verhogen van 23 naar 100 leerlingen. Voornamelijk een boekhoudkundig verhaal in verband met de kleine scholen toeslag. Uitvoering van dit advies zou op dit moment betekenen dat het bestaansrecht van 233 Friese scholen op de tocht staat.
Op 14 maart organiseert de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie een hoorzitting over dit onderwerp. Voorafgaand organiseert de provinciale Statenfractie van de ChristenUnie in Fryslân eveneens een hoorzitting om duidelijk te krijgen hoe het onderwijsveld over het voorstel denkt met als doel een advies 'hoe om te gaan met kleine Friese scholen' op te stellen richting Den Haag.

De uitnodiging is breed verstuurd en de opkomst is boven verwachting met ongeveer 45 deelnemers.
Vijf insprekers geven de aftrap met het noemen van een aantal belangrijke zaken.
De kwaliteit van een school is het begin en het einde.
Regel een aantal kleine scholen in een samenwerkingsverband met één directeur.
Leg je niet vast op een getal, maar let op een aanvaardbare situatie.
Is de school er voor het kind of is het kind er om de school in stand te houden?
Het kind moet centraal staan, alles draait om het welbevinden van het kind.
We moeten zelf ruimte krijgen om te zoeken naar oplossingen en dat vraagt maatwerk en zeker geen blauwdruk vanuit Den Haag. Groot waar dat kan en klein waar dat moet.
Niet de politiek beslist over het onderwijs. Laten de besturen en de scholen dat zelf doen. Zij kunnen dat heel goed. 
Hanteer gedifferentieerde opheffingsnormen per gemeente.
Scholentoeslag verdwijnt als een school onder de 145 leerlingen komt die niet met andere scholen overlegt voor een oplossing. Hoezo vrijheid van onderwijs?
Schaf de opheffingsnorm helemaal af. Houdt je aan de kwaliteitsnormen. Dat doet een kleine school vanzelf sluiten.
Randstand is geen platteland. Houdt de dorpskernen leefbaar voor behoud en terugkeer van jonge gezinnen.

De peiling op de site van de ChristenUnie Fryslân wordt tijdens de avond onder de aandacht gebracht. De stemverhouding in de zaal is ongeveer hetzelfde als de stemverhouding op internet.
Naar aanleiding van de inbreng van de sprekers worden na de pauze vijf stellingen geformuleerd.

  1. Wij hebben helemaal geen minimale leerlingennorm nodig. Als een school te klein wordt heft het zichzelf wel op.
  2. Als je op platteland gaat wonen dan weet je dat daar geen bussen rijden. Als ouders moet je niet moeilijk doen over een kilometertje meer of minder.
  3. Politici moeten ophouden zich met de grootte van scholen te bemoeien. Ze hebben hun eigen belang en niet het belang van scholen voor ogen.
  4. Scholen dwingen om samen te werken is bedreigend voor de vrijheid van het onderwijs.
  5. Samenwerkingsscholen zijn dé oplossing voor het platteland.

Er ontstaat een levendige discussie waaruit nog meer duidelijk wordt dat besturen en directies hun eigen beleid en kwaliteit moeten maken. Dit is geen taak voor de politiek of de overheid, wel voor de inspectie.
Het gaat niet alleen om mensen, die op het platteland gaan wonen, maar ook om mensen die er al wonen.
Er wordt gepleit voor maatwerk van onderaf op bestuurlijk niveau. De overheid kiest in veel opzichten voor decentralisatie, behalve bij het onderwijs. Laat dat dan ook aan de scholen zelf over.
Denk bij sluiting van kleine scholen ook aan alle kosten die verbouw en/of nieuwbouw , ontslag van personeel en langer reizen met zich mee brengen.

Uit de hoorzitting komen de volgende adviezen voor de Onderwijsraad, het Ministerie van OCW en de Tweede Kamerleden naar voren:

  1. Laat de uniforme opheffingsnorm los. Geef schoolbesturen zelf de ruimte om in gesprek te gaan met de ouders en de gemeente over het voortbestaan van hun school. 
  2. Handhaaf de kleine scholentoeslag in de huidige vorm. Scholen dwingen om samen te werken om in aanmerking te komen voor de kleine scholentoeslag is in strijd met de vrijheid van onderwijs.
  3. Het kind moet centraal staan. Kijk wat het beste is voor het kind in zijn of haar dorp. Lever maatwerk.
  4. De overheid kiest overal voor decentralisatie. Behalve bij onderwijs. Wees consequent en decentraliseer ook als het gaat om kleine scholen. 
  5. Politiek en overheid moeten zich niet bemoeien met kwaliteit. Laat dit aan de inspectie over. Schoolbesturen en –directie moeten in staat worden gesteld om hun eigen beleid te maken, ook op de ontwikkeling van kwaliteit.
  6. Politici moeten ophouden direct in de bres te springen wanneer kleine scholen dreigen te worden gesloten. Dit frustreert al in gang gezette processen.
  7. Het duale stelsel moet blijven. Bescherm de pluriformiteit van het onderwijs, handhaaf de vrijheid van onderwijs. Stel Openbaar Onderwijs gelijk met Bijzonder Onderwijs qua bestuursvorm.
  8. Geef snel duidelijkheid of en wanneer het advies van de Onderwijsraad van tafel kan. Ouders weten nu niet waar ze aan toe zijn en zijn onzeker bij welke school ze hun kind het beste aan kunnen melden. 

 

« Terug

Archief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari