SCI: over klikken en geweten

woensdag 23 mei 2001 13:02

Over klikken en het geweten, over vertrouwelijkheid en eerlijkheid.
Een interpellatie over de SCI-affaire in de Provinciale Staten van Fryslân, 23 mei 2001.

Veel was er al over in de pers verschenen: het Provinciebestuur zou niet eerlijk hebben gehandeld in het aantrekken van een Amerikaans bedrijf voor het Internationaal Bedrijvenpark Fryslân IBF te Heerenveen. Het Provinciebestuur zou informatie voor de Europese Commissie hebben achtergehouden, zou provinciale subsidie hebben verzwegen. Daarmee zou Europese regelgeving zijn overtreden, die een maximum stelt aan subsidies om bedrijven te lokken. Bedoeld om al te grote – en daardoor oneerlijke - concurrentie te voorkomen.
Iemand uit de Staten had dit ‘spelletje’ doorgegeven aan de Europese Commissie. Die deed een grondig onderzoek. Na twee jaar speuren kwam o.a. de uitspraak:
1. het steunelement in de grondprijs is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt,
2. onwettig ter beschikking gestelde steun moet worden teruggevorderd,
3. die terugvordering geschiedt onverwijld.

Om de financiële kant van de zaak af te handelen, lag er een begrotingsvoorstel. Dat is meestal geen reden om een uitgebreid debat aan te gaan. Daarom vond de RPF/SGP-fractie het zinvol om een interpellatie aan te vragen.

Velen waren boos op de boodschapper. Dat was natuurlijk ook niet netjes, maar was al dat andere niet erger? Dat was een moeilijk dilemma voor velen.
Ook onze beide fracties zaten eerst niet op één lijn.
Daarom besloten dat beide fracties met een eigen verhaal zouden komen. Toch schoven we in de laatste week flink naar elkaar toe.
De RPF/SGP-fractie had de voorgenomen interpellatie afgesloten met een motie.
De GPV-fractie had haar bijdrage óók afgesloten met een motie.
Toch zijn die moties beide niet ingediend.
Het GPV besloot op te schuiven naar RPF/SGP en stelde een nieuwe motie op:


de Provincie

Onderwerp: Interpellatie voor de Provinciale Statenvergadering van 23 mei 2001.

Mijnheer de voorzitter,

In de eerste plaats een opmerking van taalkundige aard: met het oog op het bovenprovinciale karakter van deze affaire, heb ik voor dit agendapunt de keuze gemaakt mij van het Nederlands te bedienen.

Om openbare behandeling mogelijk te maken, stellen wij de Staten vervolgens voor om de formeel nog bestaande ‘vertrouwelijkheid’ over de SCI-affaire op te heffen, om zodoende als openbaar bestuur ook daadwerkelijk in het openbaar verantwoording af te leggen en volstrekte openheid van zaken te geven aan onze inwoners. Doel daarvan is mede de ter discussie gestelde integriteit van het provinciaal bestuur te herstellen.

Daarom verzoeken wij het College van GS om nadere opheldering van een aantal vragen, die er ook na behandeling van de EU-beschikking in de Statencommissievergadering AEZ op 25-04-2001 nog leven en die de integriteit van het Provinciebestuur o.i. raken.

Vragen

1. Is de huidige opzet van SCI-Systems op het mega-bedrijventerrein van IBF CV/BV nu wel of niet in overeenstemming met het door de Provincie goedgekeurde gemeentelijk bestemmingsplan? Zo ja, waaruit blijkt dat dan en zo nee, schept dat geen precedenten voor andere (kleinere) bedrijven in andere gemeenten al dan niet binnen de A7-zone?
2. Kan het college nog eens de realiteitswaarde van de grondprijs van NLG 5 per m² verduidelijken, mede in het licht van de oorspronkelijk bestemming van het bedrijventerrein en de toenmalige gebruikelijke marktprijs van bouwrijpe industriegrond in vergelijkbare gemeenten als Heerenveen?
3. In hoeverre heeft SCI-Systems zich nu wel of niet gehouden aan de bepalingen uit het provinciale 2000-banenplan? Hoeveel andere begunstigden zijn er inmiddels en welke lessen kunnen er voor hen en met betrekking tot dit en eventuele volgende banenplannen getrokken worden?
4. Hoe ziet het College de aanwending van aanvullende middelen uit het Sociaal-Economisch Budget voor Bedrijfsomgevingsbeleid (SEBB-Fonds) ten behoeve van de tijdelijke investeringen voor SCI in Leek, alsmede het vervoer van SCI-werknemers tussen Heerenveen en Leek en de kosten voor de beveiliging via de NOM gedragen, in het licht van de EC-beschikking: “terugvordering van kennelijk onrechtmatig verkregen steun”?
5. Hoe ziet het College de wijze van steunverlening aan SCI in het licht van de EC-beschikking, par. 6. 84-86 en in relatie tot het standpunt van GrienLinks: “openbare spijtbetuiging van GS” en FNP: “it wie ien grutte leugen”?
6. Hoe denkt het College juridisch om te gaan met de “klokkenluidersrol” van een Statenlid en in hoeverre kan het betreffende Statenlid beschouwd worden als belanghebbende (par. 3) en/of “particuliere derde” (par. 1.2), krachtens de EC-beschikking?
7. Kunnen College en ook de andere fracties in hun evaluatie reeds de conclusie trekken dat het wellicht tijd wordt voor het instellen van een door de CDA-fractie reeds voorgestelde Commissie Beleidsonderzoek?

Toelichting

Ik zal deze vragen nader toelichten: Toen ik vrijdagmiddag 18 mei jl. weer eens langs het IBF reed, zag ik een fraaie, groene weide met een grote, fantasieloze fabriekshal met daarop in koeieletters SCI, wat ooit iets van doen zou hebben gehad met ruimteschepen. Maar niks geen ruimteschepen, geen grootse uitstraling, geen spin-off, maar een megapark in de ruimte, een grootse droom die maar geen bewaarheid wil worden. Hoe heeft dit allemaal zo kunnen gebeuren of beter: niet kunnen gebeuren?

Om heel eerlijk te zijn en dat willen we toch allemaal zo graag vandaag, heb ook ik zo lang mogelijk in die 2000-banen producerende megadroom willen geloven. Als pasgekozen, enige nieuwkomer onder de fractievoorzitters en slechts plv. lid van de cie AEZ, heb ik mij graag onderworpen aan de plicht tot geheimhouding, verbonden aan het stempel: VERTROUWELIJK, op de betreffende stukken.
Vertrouwelijk is vertrouwelijk, heb ik gemeld op het fractievoorzittersoverleg van 29 juni 1999, blijkens mijn eigen aantekeningen over dit punt.
Art. 25 van de Provinciewet regelt het vraagstuk van de geheimhouding. Blijkens een daarover verschenen notitie raakt geheimhouding aan integriteit. Criterium van geheimhouding volgens Art. 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, is onder meer: als het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. In lid 2 van ditzelfde artikel staan een aantal belangen aangegeven, die een beroep op geheimhouding kunnen wettigen. Het betreft hier ondermeer de economische of financiële belangen van de Staat, andere Publiekrechtelijke lichamen en/of bestuursorganen, zoals bijvoorbeeld de Europese Commissie. Met vermoedelijk, hoewel niet expliciet, een beroep op dit lid 2 van artikel 10 van de W.O.B., heeft collega-statenlid Verf gemeend in zijn afweging van Belangen de afweging gemaakt om op 1 juni 1999 de Europese Commissie in te lichten over de aanwending van het eind 1998 ingestelde provinciale acquisitie-budget. Overigens heeft Verf mij nimmer persoonlijk aangeboden kennis te nemen van zijn brief aan Brussel, dit heb ik pas recentelijk gedaan.

Heiligt een nobel doel nu alle middelen? Dat is voor mij de eigenlijke, ethische vraag in deze gehele affaire. Deze vraag wil ik hier toepassen op twee hoofdrolspelers:

1. De Provincie Fryslân had het nobele doel om ter wille van de bevordering van de werkgelegenheid in deze provincie een miljoenenklapper te kunnen maken, door SCI op een rode loper, gedrapeerd met miljoenen-subsidies binnen te halen, waarvan een deel middels een zogenaamde u-bocht constructie. Het al of niet geoorloofd zijn van een dergelijke constructie is niet aan mij te beoordelen, maar wel aan de betreffende subsidieverstrekker, in dit geval de Europese Commissie. Over de wijze waarop de Provincie gevraagde informatie heeft beantwoord, is door de E.C. in elk geval negatief beschikt, zoals we allemaal hebben kunnen vaststellen. Volgens de E.C. kan het nobele doel van werkgelegenheidsbevordering niet door elk middel worden geheiligd. In niet mis te verstane termen als “op onwettige wijze uitgevoerde steunmaatregelen” c.q. “onrechtmatig toegekende steun”, heeft de E.C. de handelwijze van de Staat c.q. de Provincie Fryslân aangemerkt. En dat lijkt mij een harde boodschap, die niet te gemakkelijk moet worden gebagatelliseerd. Er zijn particuliere burgers voor minder veroordeeld, als het bijvoorbeeld gaat om onrechtmatig verkregen huursubsidies of bijstandsuitkeringen. Terugbetaling is wel het minste wat dan geëist wordt.
2. Wat de handelwijze van collega Verf betreft, zou ik vergelijkenderwijs willen opmerken: Ter wille van een in zijn ogen ongetwijfeld nobel doel om provinciale u-bochtconstructies aan de kaak te stellen, is hij bereid de regels voor opgelegde vertrouwelijkheid te schenden. In zijn visie heiligt dit doel dit middel. Ik heb daarbij kennis genomen van zijn schriftelijke verantwoording op de website van Grien Links. Ik deel zijn zienswijze niet, maar kan deze slechts respecteren als politieke handelwijze. Het eventuele oordeel over deze schending van de geheimhoudingsplicht laat ik graag aan de rechter over. Maar die weg wil het college niet gaan, heb ik uit de media begrepen. Met enige reden, lijkt mij.

Wat heeft nu deze affaire per saldo opgeleverd?

1. Verstoorde politieke verhoudingen en wantrouwen over en weer.
2. Een geschonden blazoen van het provinciaal bestuur, op grond van het afkeurende oordeel van een hogere overheid.
3. Een verhoudingsgewijze minder geslaagde investeringsimpuls voor de werkgelegenheid in de Provincie Fryslân in het algemeen en het IBF in het bijzonder.

Conclusie

Het economisch belang van de Provincie Fryslân, noch het aanzien van de provinciale politiek is met deze affaire gediend. Dit was eens, maar nooit weer. Wil een nobel doel een reële kans van slagen hebben, pas dan in de toekomst toch vooral nobele middelen toe. En die pet past ons allemaal.

Collega Van der Werf komt dadelijk in zijn commentaar nog met een gezamenlijke motie van de kleine christelijke partijen.

Dank u wel, voorzitter.





Motie

PS in vergadering bijeen op 23 mei 2001,

Gelezen de openbare E.C.-beschikking van 13-02-2001, betreffende de door Nederland toegekende Staatssteun ten gunste van SCI-Systems;

Overwegende,
- dat openbaarheid van bestuur de integriteit van het openbare bestuur beoogt,
- dat de integriteit van het openbaar bestuur integer handelen veronderstelt,
- dat Gedeputeerde Staten zich over hun beleid inzake SCI-Systems in een plenaire openbare vergadering dienen te verantwoorden;

Besluit het College van GS te verzoeken de formeel nog bestaande ‘vertrouwelijkheid’ op te heffen en volstrekte opening van zaken inzake de SCI-affaire in een openbaar Statendebat te verschaffen.
En gaat over tot de orde van de dag.



PS, 23 mei ’01, SCI.

1. Stel dat Verf geen brief naar ‘Brussel’ had gestuurd. Het College had ons niets meer verteld dan wat zij van plan waren te vertellen. Weinig dus. Te weinig, vind ik.
Zonder de brief van Verf was Brussel er mettertijd zeker ook achter gekomen.
Wat was er dan gebeurd?
Provinciale Staten waren er dan mettertijd óók achter gekomen. De reactie van PS was vast en zeker veel feller geweest: PS had het College verweten haar onvoldoende en wellicht onjuist te hebben geïnformeerd. Wat daarvan de gevolgen zijn weet iedereen: aftreden.

2. Eigenlijk was ik wel wat jaloers op Verf. Hij heeft het kromme in het geheel snel doorzien.
Dat vind ik knap. Brussel had daar twee jaar voor nodig om dat te constateren.
Natuurlijk had hij een andere route kunnen kiezen naar Brussel.
Natuurlijk had hij ons eerst wakker moeten schudden.
Door dat niet te doen, heeft hij ons eigenlijk in de hoek gezet. Dat is jammer!

3. De Europese Commissie heeft de volgende beschikking gegeven (ik noem alleen even
de keiharde woorden uit de beschikking):
“onverenigbaar” - “onwettig ter beschikking gestelde steun” - “terugvordering geschiedt onverwijld”.

4. Sommigen hebben gezegd dat subsidie plukken een spel is. Althans, dat het bij het spel hoort om over de rode streep te gaan.
Dat heb ik meer gehoord: sommigen vinden het bijvoorbeeld een spel om de fiscus zoveel mogelijk af te troggelen. Met eerlijkheid heeft dit allemaal niets te maken.

5. Toen de CdK de antiklik-procedure bekend maakte, dacht ik “Kan dat? Kun je de boodschapper veroordelen, in plaats van de boodschap te beoordelen?”
Toch heb ik niet gereageerd. De CdK kwam met een heldere procedure, die niet de boodschapper veroordeelt, maar het oordeel aan de rechter laat. Daar is m.i. niets mis mee.

6. De CdK heeft gezegd: “Als u het niet eens bent met een opgelegde geheimhouding, dan moet u naar de bestuursrechter stappen.” Eerst geldt evenwel een ander uitgangspunt: Het College mag ons niet opzadelen met zaken die strijdig (kunnen) zijn met onze eed of belofte: “dat ik mijn plichten (…) naar eer en geweten zal vervullen.”
Vervolgens geldt vanzelfsprekend, dat er geen geheimhouding wordt opgelegd waar dat niet strikt noodzakelijk is. De Wet op de openbaarheid van bestuur schrijft nauwkeurig voor wanneer geheimhouding opgelegd mág worden.

7. Ik vind het van belang dat datgene wat níet goed is, dan ook níet verdoezeld wordt.
Als iemand fout of stom of onzorgvuldig is geweest, dan kan hij/zij dat het beste ruiterlijk toegeven. Het Provinciaal Bestuur is onzorgvuldig geweest. Laat het Provinciaal Bestuur dat dan ook ruiterlijk toegeven!
Daarom komen wij (RPF/SGP en GPV) met een Motie van treurnis.

2e ronde:


MOTIE VAN TREURNIS RPF/SGP en GPV

Provinciale Staten van Fryslân, gelezen het EU-besluit SCI,
overwegen
dat de inzet van GS om te komen tot een eerste invulling van het IBF uitstekend was,
constateren
dat de gevolgde procedures geleid hebben tot kritiek
en het in twijfel trekken van de integriteit van het provinciaal bestuur,
dat daardoor zowel SCI als de provincie schade hebben opgelopen,
erkennen
dat de gevolgde procedures geen schoonheidsprijs verdienen en
betreuren
dat het Provinciaal Bestuur onzorgvuldig is geweest.

Leeuwarden, 23 mei 2001


« Terug