ChristenUnie houdt interpellatie over treinverbinding Leeuwarden-Zwolle

treindonderdag 19 januari 2012 12:38

De ChristenUnie Fryslân twijfelt er sterk aan of de lobby die de Provincie Fryslân voert voor meer treinen per uur tussen Leeuwarden en Zwolle intensief genoeg is.

Dat concludeert de fractie op basis van de antwoorden van minister Schultz van Haegen op vragen van de Tweede Kamer over de spoorlijn Zwolle Leeuwarden.  Daaruit blijkt dat de provincie Fryslân regionale vervoerders zoals Arriva stelselmatig buiten beeld laat, terwijl die juist hebben aangegeven de frequentie op het spoor te kunnen opvoeren. De ChristenUnie kan dit niet rijmen met eerdere uitspraken van gedeputeerde Kramer op 21 november vorig jaar . De gedeputeerde zei toen er  ‘alles aan te doen om het aantal treinen tussen Zwolle en Leeuwarden te verdubbelen.’ De ChristenUnie heeft daarom een interpellatiedebat  aangevraagd met de gedeputeerde. Dit debat wordt woensdag tijdens de vergadering van Provinciale Staten gehouden.

“Het lijkt er zo langzamerhand opdat Fryslân zich heeft uitgeleverd aan NS om de treinen tussen Leeuwarden en Zwolle te laten rijden. We weten inmiddels dat NS van plan is dat in een minimale variant te zullen doen. Daar wordt vanuit Fryslân wel tegen geprotesteerd, maar het lijkt er niet op dat er creatief naar andere mogelijkheden wordt gekeken,”zegt fractievoorzitter Anja Haga.  

De motie die volgde op het interpellatiedebat riep op tot actie van de gedeputeerde en kreeg brede steun uit de Staten. Alleen CDA en SP stemden tegen. Kramer zegde toe donderdag bij de hoorzitting over het spoor in de Tweede Kamer aanwezig te zullen zijn. Ook zei hij toe het plan van de regionale vervoerders bij de minister onder de aandacht te brengen als haalbaar alternatief voor Fryslân.  

 Ook de toezegging van de gedeputeerde om in Den Haag nadrukkelijk aandacht te vragen voor het landelijk spoorplan van de regionale vervoerders is niet nagekomen, blijkt uit de antwoorden van de minister.  En dat terwijl dat plan voorziet in vier treinen per uur tussen Zwolle en Leeuwarden.  De ChristenUnie vraagt de gedeputeerde om een verklaring daarvoor.

Interpellatievragen:

  1. Bent u op de hoogte van het artikel in de LC van 19 januari 2012 van Arriva directeur Anne Hettinga  waarin staat dat 'het enige dat je in Den haag hoort is dat we zo'n kwartierfrequentie in Friesland niet zouden willen' en wat is uw reactie daarop?
  2. Hoe rijmt u deze uitlating van Arriva met uw uitspraak in de Statenvergadering van 21-11-2011 dat u er alles aan doet om het aantal treinen tussen Zwolle en Leeuwarden te verdubbelen?
  3. Het antwoord van de minister op kamervraag 129 c luidt als volgt: 'In de update van de capaciteitsanalyse is gekeken naar de alternatieven die door de regionale opdrachtgevers zijn meegegeven aan ProRail. Het door u aangedragen alternatief is niet aangedragen door de regionale opdrachtgevers. Het is de verantwoordelijkheid van de regio om – in overleg met de vervoerders – hierin keuzes te maken'? Wij concluderen daaruit dat u niet alle mogelijkheden aangrijpt om de frequentie van treinen naar Zwolle te verhogen. Kunt u uitleggen waarom u dat niet doet?
  4. Klopt het dat u geen alternatieven (zoals het FMN-plan) heeft aangedragen bij ProRail?
  5. Bent u op de hoogte van het antwoord van de minister op kamervraag 189: 'Fryslân zou hebben aangegeven geen stoptreinen gedecentraliseerd te willen hebben, maar een uitbreiding binnen het hoofdrailnet'? Is die constatering van de minister juist en zo ja waarom bent u die mening toegedaan?
  6. Bent u het met ons eens dat uit beantwoording van kamervraag 189 blijkt dat Fryslân er vanuit gaat dat NS, en niet de regionale vervoerders, moet zorgen voor verdubbeling van het aantal treinen tussen Zwolle en Leeuwarden?
  7. Hoe rijmt u de antwoorden van de minister op de betreffende kamervragen met uw uitspraak aan de Friese Staten dat u zich actief in zult zetten voor verdubbeling van het aantal treinen tussen Zwolle en Leeuwarden en hierin actief aandacht te zullen vragen voor het plan van de regionale vervoerders? (het FMN-plan)
  8. Hoe groot acht u de kans dat NS een kwartierfrequentie zal realiseren nu uit hun plannen voor 2015-2015 blijkt dat er slechts twee keer per uur een bij elk station stoppende intercity tussen Leeuwarden en Zwolle zal rijden?
  9. Welke concrete signalen heeft u van NS ontvangen dat zij zich daadwerkelijk willen en kunnen inzetten voor verdubbeling van het aantal treinen tussen Leeuwarden en Zwolle?
  10. Ben u het met ons eens dat om een kwartierfrequentie tussen Leeuwarden en Zwolle te realiseren alle opties (dus ook decentralisatie van stoptreinen) aan de orde zijn en serieus onder de aandacht moeten worden gebracht?
  11. Klopt onze indruk dat u wel zegt u in te zetten voor verdubbeling van het aantal treinen tussen Zwolle en Leeuwarden, maar dat u dit niet met daden ondersteunt? Kunt u uw antwoord hierop onderbouwen?
  12. Bent u ervan op de hoogte dat donderdag 26 januari er een hoorzitting is in de Tweede Kamer over hoe we tot 2025 verder gaan op het Nederlandse spoor?
  13. Bent u het met ons eens dat we hier vanuit Fryslân het eensgezinde geluid moeten laten horen dat we alle mogelijkheden willen aangrijpen die leiden tot verdubbeling van het aantal treinen tussen Leeuwarden en Zwolle?

  14. Betekent dit dat u 26 januari, namens Fryslân, aanwezig bent in Den Haag?

 

MOTIE

Onderstaande motie is ingediend en overgenomen door gedeputeerde Kramer. Desondanks hebben wij de motie in stemming gebracht. De volgende partijen hebben voor de motie gestemd: ChristenUnie, VVD, PVV, Friese Koers, GrienLinks, FNP, PVDA, D66. De SP en het CDA hebben tegen de motie gestemd.  

De Staten, in vergadering bijeen op 25 januari 2012 

gehoord hebbende de beraadslaging; 

overwegende dat:

  • De huidige treinverbinding tussen Zwolle en Leeuwarden bestaat uit een intercity en een stoppende intercity (twee treinen per uur).
  • Het voor de bereikbaarheid van Fryslân van belang is dat het aantal treinen tussen Zwolle een Leeuwarden wordt uitgebreid naar 4 treinen per uur.
  • Het college in het Uitvoeringsprogramma aangeeft in te willen zetten op vier treinen per uur tussen Leeuwarden en Zwolle en nog deze collegeperiode te willen groeien naar drie treinen per uur.
  • De regionale vervoerders een plan hebben gepresenteerd dat qua aanbod voldoet aan de ambitie van het college, uitgesproken in het uitvoeringsakkoord.
  • De Minister van Infrastructuur & Milieu decentralisatie van de stoptrein Zwolle-Groningen wel onderzoekt in het kader van de nieuwe concessie voor het hoofdrailnet 2015-2025, maar niet de decentralisatie van de stoptrein Zwolle-Leeuwarden terwijl decentralisatie van de stoptrein Zwolle-Groningen uiteindelijk ook gevolgen kan hebben voor de dienstregeling richting Leeuwarden.
  • De discussie over de exploitatie niet los kan worden gezien van diverse infrastructuurknelpunten in de spoordriehoek Noord-Nederland en dat uiteindelijk het beste product voor de reiziger centraal moet staan
  • De Minister van Infrastructuur & Milieu eist dat de regio zelf een aanvraag indient voor het decentraal aanbesteden van spoorlijnen en dat dit tot nu toe niet is gedaan door Fryslân.
  • Uit beantwoording van de Minister op vragen uit de Tweede Kamer blijkt dat de regio alleen meer treinen per uur krijgt als de provincie bereid is daarvoor te betalen, maar dat onduidelijk is om welk bedrag dit gaat.
  • Er nog geen onderzoek is gedaan naar een model voor de lange termijn met 4 treinen per uur uit Groningen en Leeuwarden richting Zwolle waarvan 2 stoptreinen vanaf Zwolle doorrijden als intercity, zodat vanuit Zwolle richting het zuiden een kwartiersdienst ontstaat met intercities en alle stations tussen Leeuwarden en Zwolle een directe verbinding houden met de Randstad
  • Op dit moment in de besluitvorming rond de hoofdrailnetconcessie en de discussie rond de decentralisatie niet NS in eerste instantie gesprekspartner is maar de minister.  

verzoeken het college van Gedeputeerde Staten

 

  • Bij de Minister ervoor te pleiten dat komend jaar niet alleen de decentralisatie van de stoptrein Zwolle-Groningen wordt onderzocht maar ook decentralisatie van de stoptrein Zwolle-Leeuwarden.
  • Bij de Minister te pleiten ook de optie van een kwartiersdienst van 2 stoptreinen en 2 intercities tussen Zwolle en Leeuwarden te onderzoeken waarbij de stoptreinen vanaf Zwolle op termijn doorrijden als intercity richting de Randstad (Almere / Utrecht)
  • Bij de minister te pleiten integraal te kijken naar exploitatie, infrastructuurknelpunten en de reizigerswens van doorgaande treinen richting de Randstad
  • Zo mogelijk bovenstaand pleidooi gezamenlijk met de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel te doen
  • De Staten op de hoogte te brengen van de reactie van de Minister hierop.
  • De Staten tevens te informeren over de extra kosten die NS vraagt voor extra treinen per uur van Leeuwarden naar Zwolle.

 

en gaan over tot de orde van de dag

 

 

#sterk

 

 

« Terug