Fractie in actie: Voedselalliantie
Op vrijdag 9 oktober was Douwe van Oosten aanwezig bij een bijeenkomst van de Voedselalliantie in het Landbouwmuseum in Leeuwarden. De bijeenkomst werd geopend door de voorzitter en oud-minister van landbouw, Piet Adema. Vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, de agrarische sector, de financiële sector en de overheid bogen zich over de vraag hoe de Friese voedselketen beter georganiseerd kan worden. Centraal stond de vraag hoe lokaal geproduceerd voedsel op een duurzame wijze op het bord van de Friese inwoner terechtkomt.
Na de opening door Piet Adema was het de beurt aan auteur Joris Lohman, bekend van het boek Boter, kaas en havermelk, waarin hij onder andere de geschiedenis van de landbouw beschrijft. Het kernthema van zijn werk is hoe we de wereldbevolking kunnen voeden zonder de aarde te vernietigen. Lohman probeert hierbij een brug te slaan tussen de traditionele Hollandse 'kaaskoppen' en de havermelk drinkende, Randstedelijke elite. Polarisatie helpt ons niet verder; Lohman pleit juist voor nuance, feiten en radicale samenwerking.
Een eerlijkere, duurzamere, toekomstbestendige en transparante voedselketen: dat is precies waar de Friese Alliantie naar streeft. De kernvraag is echter hoe we dit lokaal geproduceerde voedsel ook op een betaalbare manier bij de Friese burger krijgen. Korte ketens vormen hierin een belangrijke oplossing. Tijdens de bijeenkomst konden de aanwezigen via een onlinesysteem reageren op verschillende stellingen. Dit zorgde voor een waardevolle kruisbestuiving tussen diverse agrarische ondernemers en andere aanwezigen. Alle stellingen en reacties zijn verzameld en worden verwerkt om samen tot concrete oplossingen te komen. In de toekomst zullen er meer van dit soort bijeenkomsten volgen.
Reflectie
Het was een geslaagde bijeenkomst waarbij uiteenlopende partijen constructief met elkaar in gesprek gingen over dit belangrijke thema. De noodzaak om tot kortere voedselketens te komen voel ik zelf ook sterk, al is het maar om voedselverspilling tegen te gaan. Daarnaast is het cruciaal dat lokale producenten toegang krijgen tot een gezonde, lokale markt.
Wat er in mijn ogen echter nog aan ontbrak, was het perspectief van de Friese consument zelf. In Friesland hebben we het goed, maar het gemiddelde inkomen ligt niet eenduidig hoog. Als je mensen vraagt naar hun mening over duurzaam eten, zal bijna iedereen positief antwoorden. Tussen dit wensdenken en het daadwerkelijke gedrag zit vaak een groot verschil. In een tijd waarin de kosten voor energie en levensonderhoud fors zijn, kiest de consument in de supermarkt uiteindelijk toch vaak voor de portemonnee en gemak. Juist op dat vlak is er dus nog een enorme wereld te winnen.