2 ton voor een onderzoek naar haalbaarheid wielerronde-etappe. Waar blijft de discussie?

fietsendonderdag 01 februari 2018 23:21

Onze provincie is sinds kort bevangen door een onrustige hype nadat bekend werd dat Friese bestuurders in 2023 een etappe uit een grote wielerronde naar Fryslân willen halen. Als parcours is de vernieuwde en nog steeds iconische Afsluitdijk in beeld. Het liefst natuurlijk de proloog van de Tour de France. Maar ook de Vuelta a España en de Giro d’Italia zijn in beeld. Voor minder doen we het niet. De Leeuwarder Courant  startte enthousiast een poll op de website: ‘Welke ronde moet het worden?’ vroeg de krant aan de lezers.

Zelf ben ik een enthousiast recreatief-wielrenner. Ooit reed ik mijn rondjes in wedstrijden mee in het wielerpeloton. Ik ging onderuit, verbeet pijn en stapte weer op. Na de val keek ik eerst naar mijn fiets – is die nog heel – en dan pas naar mijn ontvelde knieën, schouder of elleboog. Ik ken de romantiek, de ellende en de vreugde van het wielrennen. Ik ben er trots op ooit de Mont Ventoux te hebben beklommen. Kortom, ik ben een echte fan.

En toch bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel bij de joechei stemming die ontstond bij het nieuws over een eventuele start van een grote ronde in Fryslân. Dat ongemakkelijke gevoel zit hem vooral in het gemak waarmee er geld wordt vrijgemaakt voor een onderzoek naar de kansen. Het gaat wel om € 200.000,-; warempel geen kleingeld. En dan hebben we het helemaal niet over het evenement zelf. Dat kost een veelvoud ervan. Het binnenhalen van een Touretappe kostte de gemeente Utrecht een slordige € 25 miljoen. Aan bestedingen leverde het ruim € 23 miljoen op.

Het bevreemdt mij dat de discussie over het wel of niet willen binnenhalen van een etappe van een grote wielerronde, helemaal niet gevoerd wordt. Zonder blikken of blozen wordt er met 2 ton geschoven. Publiek geld dat wordt besteed aan iets dat niet direct tot een kerntaak van de provincie behoort. Publiek geld waarvoor organisaties met mooie plannen de blaren op hun tong moeten praten en dan nog nul op het rekwest krijgen. We doen soms pietluttig over kleine bedragen. Dat is niet erg: behoedzaam en verantwoordelijk omgaan met beschikbare middelen past bij de ChristenUnie. Maar dan moet het wel over de hele linie. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Ter vergelijking; in Appelscha staat het NK mountainbiken op de rol in 2019. Talloze vrijwilligers zijn er nu al voor in het spier. Als er wordt aangeklopt bij de provincie om een bijdrage dan kijkt men zuur en gaat de knip - na veel mitsen en maren -  een heel klein beetje open. Ook het onlangs gehouden NK veldrijden in Surhuisterveen kan niet op royale bijdragen uit Leeuwarden rekenen. Dat hoeft ook niet, wat ons betreft. Maar het steekt schril af tegen het kritiekloos bestemmen van 2 ton voor een onderzoek naar iets waarvan de uitslag ongewis is en waarvan voorbeelden uit andere regio’s aantonen dat er uiteindelijk altijd publiek geld bij moet. Dan is een discussie vooraf op zijn plaats over de vraag of we zoveel geld willen uitgeven voor een attractief, grootschalig maar wel eenmalig geldverslindend evenement.

Wiebo de Vries
Fractievoorzitter ChristenUnie Fryslân

« Terug