Wordt megastal ook milieustal?

IMG_1005.JPGwoensdag 07 december 2011 13:34

Boeren hebben het niet makkelijk. Ze moeten rekening houden met dierenwelzijn, volksgezondheid, duurzaamheid, ruimtelijke ordening, natuur, milieu. En niet in de laatste plaats moet er ook een boterham verdiend worden. Om aan al de vragen en eisen uit de samenleving te kunnen voldoen moeten veehouders investeringen doen. Wil een bedrijf dan nog rendabel blijven dan lijkt schaalvergroting onvermijdelijk.

 De provincie Fryslân wil het in april van dit jaar ingestelde moratorium op het verlenen van vergunningen voor grootschalige koeienstallen (meer dan 250 koeien) opheffen. In het voorstel van GS van Fryslân dat op 6 december wordt besproken in de commissie Lân, Loft en Wetter is alleen aandacht voor de landschappelijke aspecten. Met behulp van de methode “Nije Pleats” wil GS voorkomen dat nieuwe grote stallen niet in het landschap passen. De ChristenUnie staat hier achter maar wil meer. Het verlenen van vergunningen voor nieuwe grotere stallen is een prachtige mogelijkheid om voorwaarden te scheppen aan het vergroten van dierenwelzijn en het beperken van de emissie van broeikasgassen. Dit laatste aspect zal ik in dit artikel toelichten.

De winning van biogas moet een voorwaarde worden bij de verlening van een vergunning voor de bouw van een nieuwe stal of de uitbreiding van een bestaande stal als deze groter wordt dan 250 koeien. Bij de verlening van een milieuvergunning voor andere sectoren wordt geëist dat de best beschikbare techniek wordt toegepast om het milieu zoveel mogelijk te ontzien. Waarom dit principe ook niet toepassen voor de grootschalige veehouderij?

De bijdrage van de agrarische sector aan de totale uitstoot van broeikasgassen is 13%. Hoe kan het toestaan van grootschalige koeienstallen bijdragen aan de reductie van de uitstoot van de milieugevaarlijke stoffen? Door biogas uit mest te winnen. Met de mest van 1 koe kan per jaar 1000 m3 biogas worden gewonnen. Een stal met 250 koeien kan dus 250.000 m3 biogas per jaar opleveren. Omdat de verbrandingswaarde van biogas lager is dan van aardgas staat deze hoeveelheid gelijk aan 130.000 m3 aardgas. Dit komt overeen met het gebruik van ruim 70 huishoudens.

De aanvragen voor grote stallen die liggen te wachten zijn geconcentreerd in 4 gebieden (Sudwest Fryslân , Ferwerderadiel, Dongeradeel, en Skarsterlân). Dit biedt goede mogelijkheden om het in de stallen geproduceerde biogas op te werken naar de kwaliteit die aardgas heeft. De individuele bedrijven kunnen het door hen geproduceerde biogas in een pijpleiding afvoeren naar een centrale verwerkingseenheid waar het wordt opgewerkt naar aardgaskwaliteit. Hiermee kan een veel hoger rendement worden behaald dan met het op de boerderij omzetten van biogas naar elektriciteit. Op dit moment wordt zo’n zogenaamde biogashub voorbereid in het gebied tussen Leeuwarden en Holwerd. Het blijkt dat de financiering van deze centrale faciliteiten niet mogelijk is zonder subsidie of overheidsgaranties. De ChristenUnie zou graag zien dat de provincie het voortouw neemt om te komen tot systemen waarmee biogas kan worden verwerkt. De bouw van deze faciliteiten kan worden gefinancierd uit de opbrengsten van de Nuon-aandelen. Zo worden financiële middelen die ooit zijn verkregen uit het provinciale energiebedrijf gebruikt voor de ontwikkeling van schone Friese energie. Het maken van biogas uit mest is een techniek die nog in de kinderschoenen staat. Nu wordt meestal vergisten als methode gebruikt maar mestraffinage is een veelbelovende nieuwe techniek. De overheid moet verdere technische ontwikkeling stimuleren. Hiervoor is lange termijn beleid nodig. Hoe ziet de melkveesector in Fryslân er in 2050 uit? Wat kan de bijdrage hiervan zijn aan de Friese energievoorziening?

Jacob Halma is namens de ChristenUnie lid van de commissie Lân, Loft en Wetter en woont in Drachten.

#schepping

« Terug