Spoor Leeuwarden – Zwolle lijkt beter af met regionale vervoerders

IMAG0018dinsdag 17 juli 2012 10:54

De ChristenUnie wil van Gedeputeerde Staten van Fryslân weten of zij nog steeds met NS zaken willen doen als het gaat om de treinverbinding Leeuwarden – Zwolle, nu blijkt dat de regionale vervoerders meer kunnen bieden. Dat het regionale aanbod beter is, concludeert de commissie Janse de Jonge in het rapport ‘Quo Vadis?

Toetsing en beoordeling van het nieuwe spoorplan van FMN (Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland).’ Naar aanleiding hiervan stelt de ChristenUnie vragen aan GS. Regionale vervoerders in Fryslân zijn Arriva, Connexxion en Qbuzz.

Waar de NS blijft steken op een toezegging van drie treinen per uur vanaf 2015, beloven de regionale vervoerders een standaard basisfrequentie van twee keer per uur in een halfuursverbinding en daarbovenop vanaf 2015 standaard één trein extra per uur. In het weekend kunnen regionale vervoerders zelfs twee treinen meer laten rijden dan in het voorstel van NS. Het FMN-plan voorziet na 2015 in twee snelle intercity’s en twee sprinters per uur naar Zwolle. Een en ander is uitgewerkt in een businesscase.

Uit het onderzoek van de commissie Janse de Jonge blijkt evenwel dat het FMN bij het maken van een businesscase  voor de lijn Leeuwarden – Zwolle niet kon beschikken over actuele aantalen reizigers en reizigerskilometers. NS bestempelde deze gegevens als bedrijfsvertrouwelijk. De ChristenUnie verbaast zich hierover en vraagt GS in hoeverre de businesscase van FMN zonder deze gegevens betrouwbaar is. Om een goede keuze te maken acht de ChristenUnie een betrouwbare businesscase van belang. De ChristenUnie vraagt GS zijn invloed aan te wenden om die gegevens alsnog boven tafel te krijgen.  

In het rapport van Janse de Jonge wordt gesproken over een dienstregeling door NS die afwijkt van het voorstel dat onlangs door GS naar de Staten is gestuurd. De ChristenUnie vraagt GS aan te geven wat de juiste dienstregeling is. Verder vraagt de ChristenUnie aan GS om de Staten na het zomerreces te informeren over het rapport van Janse de Jonge en de zienswijze van GS hierop.

 #Sterk

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 39 Reglement van Orde

Gericht aan GS / lid GS

Vraag / vragen

 

 

Donderdag 12 juli jl. heeft de minister een brief naar de kamer  gestuurd naar aanleiding van het advies van commissie Janse de Jonge m.b.t. de decentralisatie van de spoorlijnen.

U heeft onlangs een voorstel naar de staten gestuurd met betrekking tot uitbreiding van de treindienst Leeuwarden-Zwolle.

  • Hoe beoordeelt u het voorstel van GS nu uit het rapport van commissie Janse de Jonge blijkt dat, vanuit het perspectief van de Reiziger, FMN meer treinen, gemiddeld kortere reistijden en betere aansluitingen biedt dan NS?

Dhr. Janse de Jonge adviseert positief over decentralisatie van de lijn Zwolle-Groningen en negatief ten aanzien van de lijn Zwolle-Leeuwarden.

  • Hoe beoordeelt u dit met het oog op de integraliteit van het Noordelijk spoornetwerk?

 

Tijdens de uitvoering van het onderzoek door commissie Janse de Jonge bleek dat FMN geen informatie beschikbaar had over huidige aantallen reizigers en reizigerskilometers op de lijnen die geanalyseerd worden. Die informatie is wel bij NS beschikbaar, maar heeft NS als bedrijfsvertrouwelijk bestempeld. Desondanks is er een businesscase opgesteld. Uit de businesscase blijkt dat decentralisatie op lijn Leeuwarden-Zwolle niet haalbaar is binnen de randvoorwaarde van budgetneutraliteit.

  • Hoe beoordeelt u deze businesscase, wetende dat er geen informatie is over de huidige aantallen reizigers en reizigerskilometers?
  • De overheid is opdrachtgever aan NS. Hoe is het mogelijk dat de overheid accepteert dat NS geen inzicht geeft in de cijfers?
  • Bent u het met ons eens dat deze gegevens openbaar horen te zijn?
  • Wat gaat u eraan doen om te zorgen dat deze gegevens openbaar worden?
  • Bent u het met ons eens dat u niet kunt beoordelen over de mogelijke positieve/negatieve consequenties van decentralisatie van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle voor Fryslan, zonder inzicht te hebben in de reizigersaantallen en – kilometers?
  • Wat gaat u eraan doen om te komen tot een meer betrouwbare businesscase?

 

In het rapport wordt gesproken over een dienstregeling door NS welke afwijkt van het voorstel dat onlangs door GS naar de Staten is gestuurd.

  • Welke dienstregeling is de juiste?
  • Als de dienstregeling in het rapport van Janse de Jonge niet de definitieve dienstregeling is van NS, wat is dan de waarde van de businesscase in het rapport?
  • Als de dienstregeling in het rapport van Janse de Jonge wel de definitieve dienstregeling is van NS, wat betekent dit voor het voorstel ‘uitbreiden treindienst Leeuwarden-Zwolle’ welke u onlangs naar de Staten hebt gestuurd?

 

Wat de ChristenUnie betreft spreken de Staten na het zomerreces niet alleen over de ‘deal’ van de provincie met NS, maar ook over het advies van commissie Janse de Jonge met betrekking tot decentralisatie van de spoorlijnen.

  • Hoe en wanneer informeert u de staten over het rapport van Janse de Jonge en de zienswijze van GS hierop?

 

 

 

Indiener(s)

(fractie / naam / handtekening)

ChristenUnie / Anja Haga 

 

Datum

16-07-2012

 

 

« Terug